Vandaag begon het allemaal om half 10. De telefoon ging..., ring ring ring.. je kent het wel. Afijn, ik neem dat ding op en wie denk je dat er aan de lijn is? De oxxio!, wanneer ze onze slimme meter kunnen plaatsen. Natuurlijk was ik met stomheid geslagen, ik wist immers niet wanneer wij deze eerlijke arbeiders konden ontvangen. Ik stamelde dat ik het niet wist en voelde meteen een vlaag van onzekerheid over mij heen komen. Zou deze man wel begrijpen waarom ik niet wist wanneer ze langs konden komen? Heb ik hem nu gekwetst? Hoe wordt hij ontvangen door andere gezinnen? Het angstzweet verzamelde zich kort boven mijn oor waarna het zijn weg vond naar beneden. Het stroompje raakte mijn koude wang, een rilling ging door mijn lijf. Deze man had mij binnen dertig secondes in een psychologische hoek gedreven. Het gewicht van de telefoon begon steeds zwaarder op mijn oor te drukken en langzaam zakte ik in elkaar. Ik was verslagen, de enige optie die ik kon bedenken was vragen of ze later terug wilden bellen. Het was alles of niks.
"Kunt u misschien op een a-ander tijdstip terug b-bellen..." sprak ik aarzelend. Ik wachte gespannen af. Dit was mijn laatste uitvlucht, één fout woord en het zou over zijn..
"okay" klonk het kil aan de andere kant van de lijn.
Ik zakte in elkaar. De zon scheen vanuit mijn half geopende gordijnen en verwarmde mijn klamme gezicht. Vijf over half tien. Omroep Max zond nog steeds zijn propagandische leugens uit of ik had mijn eerste nederlaag al geleden. Alles was slechts nog wazig. Niks leek meer belangrijk, nergens was er nog een veilige thuishaven voor mij. Opgesloten in een glazen kooi van emotie at ik flauw een banaan. De momenten dat ik genoot van een banaan leken opeens weken geleden. De televisie staarde mij aan vanuit zijn veilige ikea-kast. Zelfs voorwerpen hadden een plek gevonden in deze wereld.
Een simpel boek trok mij ineens de aandacht. Slechts een simpele aanraking met dit papieren meesterwerkje zorgde ervoor dat mijn humeur langzaam opbeurde. Het openen van het boekje versplinterde de glazen kooi. Ik zag de scherven van emotie om mij heen vliegen als stukken metaal na een aanrijding. De glinstering van melacholie denderde op de grond alsof Isaac Newton er zelf aan trok. De wereld had weer zin. De zon had nog nooit zo geschenen.
De klok sloeg tien uur. Ik besloot te ontbijten.
Woensdag 19 augustus